Toen: Rozen

Ik sta in de keuken van mijn werk en de schoonmaakster is naast mij bezig. Ze gooit haar vieze water weg en vult een nieuwe emmer met sop. Het is donderdagochtend en ik maak een kopje thee klaar om aan het werk te gaan. Haar nieuwe sopje ruikt naar rozen. Ik denk terug aan de rozenkassen van mijn oom. Mijn oom, de broer van mijn moeder, had er veel, en altijd stonden ze vol met mooie lange rozen in de meest prachtige kleuren.

Lang nadat ik de kassen van mijn oom leerde kennen, rook ik een roos voor het eerst buiten de kas. Iemand stak zijn neus in de roos en vond het heerlijk ruiken. Ik rook er ook aan, en vond de geur lekker, maar rook vooral de rozenkas van mijn oom. Nooit in mijn leven zal ik een roos ruiken, ik ruik altijd de rozenkas van mijn oom. Erg vind ik dat niet.

In de zomer brachten mijn neefjes en nichtjes en mijn zusjes en ik daar vele uren door. Mijn moeder hielp haar broer vaak met de oogst en wij gingen dan mee. Het was zomervakantie en we liepen de hele dag in onze zwemkleding rond. Ik weet niet hoe oud ik was. Acht misschien, of jonger nog? Mij neef was even oud als ik, mijn nicht had dezelfde leeftijd als mijn zus, en mijn neefje was even oud als mijn zusje. Een perfecte combinatie.

In mijn herinnering speelden we allemaal samen. Rondom de rozenkassen stonden grote waterbassins, enorme ‘zwembaden’ gevuld met water om de planten te bewateren. Soms klommen wij stiekem op de rand, en raakten we het water aan. Dat mocht nooit want het was gevaarlijk; als je in een bassin valt kom je er moeilijk uit. Veel dichterbij het water durfde ik gelukkig ook niet te komen want ik was ervan overtuigd dat er enge vissen inzwommen. Ook speelden we bij de ondiepe lange slootjes die stukken grond van buren scheidden. Kliederen in de modder, visjes vangen, insecten bekijken.

Op een dag was mijn neef mij aan het plagen. Ik weet niet wat hij deed maar hij zat achter mij aan, op de oprijbaan die naar de ingang van de kassen leidde. De oprijbaan was breed genoeg voor een vrachtwagen en vooral heel lang. Er lagen allemaal losse kiezelsteentjes als bestrating. Ik had een zwembroekje en kaplaarzen aan en sjeesde op een oud fietsje naar mijn moeder, om tegen haar te vertellen dat mijn neef mij plaagde. Ik herinner mij dat ik achteromkeek of mijn neef het al had opgegeven en onderuitging. Ik maakte een sliding en de kleine steentjes bleven in mijn buik hangen. Ik weet niet of het er tien waren, of misschien maar drie of misschien wel vijftien. Het deed wel erg veel pijn en ik moest huilen.

Iedereen schrok en mama was er snel bij. Ik weet dat ik daarna, ‘s avonds lekker in een sodabad mocht om te weken. Mijn zusje wilde ook bij mij in bad maar ik wilde dit momentje van fame niet met mijn zusje delen. Uiteindelijk won mijn zusje en zaten we samen in bad. Heel erg was dat ook weer niet. Met mijn buik is het helemaal goed gekomen. Mijn badverslaving heb ik nooit afgeleerd. Gelukkig past er nu niemand meer bij in mijn bad.

Waterbassin rozenkas

Toen: Glitterkerstbomen

In mijn hometown zijn meerdere grote tuincentra. Ik herinner mij alledrie, maar één herinner ik mij het beste; het tuincentrum met de glitterkerstbomen.

Zo af en toe gingen mijn moeder, mijn zus, mijn zusje en ik naar het tuincentrum. Mijn moeder is een echte tuingek en vindt het heerlijk om een mooie tuin te hebben. De eeuwige strijd tegen de slakken en het onkruid is er een die ik mij van jongs af aan herinner. Met allerlei huis- tuin- en keukenmiddelen probeert ze deze ongewenste bezoekers weg te krijgen. Ik weet nog dat ze een periode, elke ochtend alle slakken gewoon oppakte, in een emmer deed en weer ergens anders op het erf uitzette. Of het erg effectief was weet ik niet. Mijn moeder is zo een type die opmerkt dat er tussen de straattegels van de straten in Madrid weinig onkruid groeit.

Hoe dan ook, mijn moeders hobby geeft haar soms frustratie maar ook veel plezier. Ze geniet van haar mooie, gekleurde tuin met de mooiste planten en bloemen. Wij genoten er vroeger ook al van. Vooral vanwege de uitstapjes naar de grote tuincentra, denk ik.

Ik vond tuincentra opmerkelijke winkels. Het was er niet warm, de vloer was gewoon vies en het leek alsof je buiten was, maar het was wel overdekt. Zoiets zie je niet in een gewoon winkelcentrum. In het tuincentrum zagen wij de mooiste planten en bloemen, leuke speeltjes voor de talloze huisdieren die wij hadden en lieve kleine hamstertjes. Soms zagen wij ook enge mannen die babymuisjes kochten om aan hun slangen te voeden. Dat was niet te vergeven, natuurlijk.

Bij de kassa kwam het leukste stukje. Er was een lange aanloop naar de kassa, een soort van walk to heaven, want ik wist dat er daar altijs iets nieuws te vinden was. Vaak waren  de kale poppetjes die je water kon geven te koop. Na een paar dagen groeide er dan haar uit hoofd. Daar beleefden wij altijd vee plezier aan. Bij een ander tuincentrum herinner ik mij de vlinders van veren. Er waren er vele, de een nog mooier dan de ander, in alle kleuren van de regenboog. Maar het allermooist vond ik altijd de kleine kerstboompjes, vol glitters. Het waren ienieminieboompjes, echte, vol glitters in alle kleuren van de regenboog. Ik denk dat er een soort van glitterlijmspray overheen was gespoten. Als je er alleen al naar keek vielen er al duizenden glitters uit. Toch kregen wij er altijd eentje. Terugdenkend achteraf vind ik dit niets voor mijn moeder, want al die glitters door heel het huis, dat zorgt alleen maar voor extra rommel. Maar toch gaf ze toe, en kregen wij elk jaar weer zo een mooi boompje. Prachtig.

 

 

 

Cultuurverschillen

Mijn ervaring was dat ik nooit echt te maken had met cultuurverschillen. Hier in Spanje wonend, waren we allemaal toch min of meer van dezelfde cultuur. Ook mijn Venezolaanse vriend viel binnen dit kader. Zijn taal was Spaans, ik sprak dit ook, zijn moedergeloof was Katholiek, ik was daar wel bekend mee.

Toch leerde ik veel nieuwe dingen kennen, die bij onze relatie om de hoeken kwamen kijken. Zo zei hij ‘Bendicion, viejita‘, toen ik hem voor de eerste keren met zijn moeder hoorde spreken, aan de telefoon. Ik, nauwelijks Spaanssprekend, dacht dat het een soort van begroeting was. Uiteindelijk leerde ik dat dit ‘Zegen mij, oudje’ betekende. Had jij hier ooit van gehoord? Ik tot dan toe niet.

Later kwam het bezoek aan Venezuela. Het Rooms-Katholieke geloof is daar voor bijna 96 procent vertegenwoordigd; ik zelf kom uit een katholiek/protestants gezin, ik ben niet gedoopt en ken de bijbel puur als dat stoffige oude boek dat bij ons in de kast stond.

Ik sprak na twee jaar samenzijn met mijn partner al redelijk Spaans. Wij filosofeerden samen, ruzieden, bespraken onze passies en hadden een huishouden samen. In Venezuela leerde ik nog meer nieuwe woorden kennen. Woorden waar ik niet eigenlijk aan kon voldoen. Zijn neefjes en nichtjes vroeg mij om ‘bendición’: Ik moest ze zegenen, ‘Que Dios te bendiga.’ Hoe kan ik ooit zoiets hypocriets over mijn lippen krijgen? Ik geloof niet in jullie God, dacht ik vaak. Zó vaak oefende ik ‘Que Dios te bendiga’. Mijn vriend Carlos zei dat ik ook kon zeggen, ‘Que Dios te cuide’, dat God voor jou zorgt. Deze vond ik mooier maar kostte mij nog steeds moeite.

Maar dat deze neefjes en nichtjes het als een afwijzing zouden opvatten, had ik nooit geweten. Dat zij dit als een goedkeuring, een beoordeling, een zegen van mij zouden ervaren, wist ik wel. Maar toch, ik kon dit niet. Bovendien, het zou zó opvallen, ik dit zeggende als een blanke Nederlander in het Zuid-Amerikaanse Venezuela, zouden ze niet om mij lachen?

Ik zei het zachtjes tegen ze, mijn ‘Que Dios te bendiga’, maar blijkbaar was dat niet goed. Het leek wel alsof ik mij voor hun schaamde, als ik het zo zacht zei! Dat was nooit mijn idee geweest! Later, via de Whatsapp probeerde ik het aan het oudste meisje uit te leggen: Ik  wens jou alle ‘bendiciones’ ter wereld toe, ik wens jou al het pracht en praal, maar het kost mij om het op jouw manier te zeggen. Ze zei ja, maar ik weet niet of ze het begreep.

Gelukkig zijn kinderen vergevensgezind. Ik leerde het al over de Whatsapp te zeggen, maar eerder dit jaar kwam de echte proef; Ik ging opnieuw naar Venezuela. De neefjes en nichtes vroegen mij opnieuw om Bendición, en ik zegende ze elke dag. Het was erg spannend, en ik keek Carlos dan ook aan, elke keer dat ik het zei. Zijn mooie glimlach vertelde dat ik het goed deed, hoe gek mijn accent en huidskleur ook was.

Ook had ik geleerd dat ik geen ‘dankjewel’ kon zeggen bij ‘dat God jou betaalt’, en andere mooie verwensingen die ik ontving. Zijn moeder wenste mij namelijk vaak veel moois toe, en een beleefde ‘dankjewel’ kon blijkbaar niet. Correct was ‘amen’. Dit was een ander woord dat mij veel heeft gekost. Nu zit ik in mijn telefoongesprekjes met mijn schoonmoeder vol ‘amen’ hier en daar.

Tijdens mijn tijd in Venezuela heb ik zegeningen leren geven, amens leren zeggen en vooral veel leren lachen. Cultuurverschillen, ja zeker! Maar ik ervaar het niet zo. Voor mij zijn het stappen in de communicatie met mijn schoonfamilie. Elke persoon is anders, of het nu in het Nederlands is of in het ‘Venezolaans.’ Gelukkig weet mijn vriend dat het voor mij anders is, alhoewel ik mij soms afvraag of hij het tot in zijn hart begrijpt.

De dag dat zijn moeder erachter kwam dat ik niet gedoopt was, weet ik nog goed. Ze vond het verschrikkelijk. Mij vond ze niet verschrikkelijk, maar het feit dat ik ooit in de hel zou komen deed haar veel pijn. Want dat wenst zij niemand toe. Toen ik aan Carlos vertelde dat ons, ooit aanstaande kind, best gedoopt mocht worden voor de gemoedstoestand van zijn moeder, was hij daar niet zo mee eens. Mijn vriend is een Venezolaan, maar gevormd in Spanje en geliefd door een nuchtere Nederlander. Hij is niet heel streng in zijn leer en neemt er vaak zelf redelijk afstand van. Wij beiden wensen iedereen geluk toe. Of dat nu een gelovige, Venezolaanse Katholiek is, een Colombiaanse homoseksueel, een Pakistaanse moslim, een Hindoestaanse Indiër of een doodnuchtere Nederlander. Is dat niet het ultieme? Gewoon geloven in wat goed voelt? Gaan voor degenen die de positieve vibes uitstralen en jou geluk toewensen? Ik denk van wel, en als dat af en toe aanpassingen vereist, doe ik dat met alle liefde en zegeningen die ik van het universum of andere mooie mensen ontvang. Amen.

 

Only in Spain

Na een maand te kleine schoenen oprekken ben ik terug bij mijn schoenmaker in La Latina. Verward  kijkt hij op als ik binnenkom.

Ik zie de enorme rotzooi -echt waar, je wordt er naar van als je het ziet- in zijn atelier en begin mijn schoenen te beschrijven. Hij vraagt naar mijn naam. Pedro, Jorge, Juan, of hoe hij ook heet is dus georganiseerder dan het lijkt.

Maar na een paar minuten zoeken in zijn achterhok, op de zolder, tussen hopen schoenen op de grond, in tassen die overal hangen, en onder zijn werkbank begin ik ze toch maar weer te beschrijven.

Dit keer luistert hij aandachtig. Ja, die beschrijving klonk hem wel bekend in de oren. Hij had ze wel ergens gezien. Of ze een hak hadden, en hij houdt een paar dameshakken omhoog.

Ieh. Nee. Lelijk.

Hij krabt op zijn hoofd en vraagt of ik er morgen of overmorgen ben. Nadat ik ja knik schrijft hij mijn naam en telefoonnummer op. Voor de zekerheid noteert hij ook nog de beschrijving van de schoenen. Morgen gaat hij namelijk zijn atelier opruimen en vindt hij ze vast.

Anders moet ik het toch maar met die hakken doen.

 

Selfies, mijn klaagzang

Tuurlijk maak ik selfies. Ik probeer alle poses, en als ik er leuk uitzie staat mijn hele fotorol natuurlijk vol met de meest uiteenlopende poses, lichtinval, haarstijlen en achtergronden. En natuurlijk denk ik wel eens, zal ik….? En tuurlijk kot het ook wel eens zover. Ik snijd de foto bij, verander de belichting een beetje, en dan, op het moment dat ik de foto het wereldwijdeweb wil ingooien om door vriend en vijand bekritiseerd en aanbeden te worden, klik ik op het kruisje. Want waarom zou ik in hemelsnaam een foto van mijzelf op de sociale media plaatsen? En waarom vraag ik mij -schijnbaar als enige op de hele wereld- dit af?

Wil ik echt dat heel de wereld mij ziet, beoordeelt? Stijgt mijn eigenwaarde door de likes en comments? Dat is toch eigenlijk best sneu? Waarom zouden mensen selfies posten? Waarm zou je je eigen zelfbeeld willen laten bepalen en beoordelen door het aantal likes en comments? Wat gebeurt er in het hoofd van die miljoenen mensen die het dag in dag uit doen?

Ik ben een twintiger en ik ben best hip. Ik houd wel van vegetarisch eten, heb Instagram, heb coole schoenen en lak mijn nagels, maar ik begrijp die hele zelfverheerlijkingsvergelijkingscultuur (zelfbedacht woord, hip hè?) niet.
Ik snap het gewoon niet. Ik heb het geprobeerd, maar nee, het is niet mijn ding en ik begrijp ook niet dat anderen dat doen. Onzekerheid zal het niet verhelpen, je krijg misschien een kick van het aantal likes, maar dat is een tijdelijke kick, net als drugs. En drugs zijn niet goed, dat weten we allemaal.

Als iemand echt beeldschoon is, gaat trouwen, of een kunstzinnig selfie heeft gemaakt begrijp ik dat deze op Instagram en Facebook wordt geplaatst. Maar al die miljoenen andere scheve-, duckface-, kijk mij eens-, borsten-, vooral haar-, spierenselfies? Nee. Bespaar het mij alsjeblieft.

Zigeuners zijn bedriegers?

Zodra je voet zet op Spaanse bodem kom je ze tegen, Spaanse zigeuners. In zuid-Spanje zie je deze bevolkingsgroep meer dan in bijvoorbeeld het noorden, maar ze zijn door heel Spanje te vinden. Ze hebben hun eigen gewoonten en tradities, maar toch zijn ze ook niet weg te denken uit Spanje en vormen met zo’n 500.000 zigeuners een grote minderheid in Spanje.

Er hangt een bepaalde mystiek om zigeuners heen, een romantisch beeld. Ik kende de zigeuners van nummers als Ain’t It Funny van Jennifer Lopez, waar ze op het woonwagenkamp mooi danst in haar lange rok, van The Hunchback of Notre Dame, waar de mooie Esmeralda danst met haar gouden oorbellen en lange haren, en later, realistischer, van de zondagsmarkt Rasto waar ze al hun waar voor ‘un eurrrrooooooo’ verkopen. Ik ken ze nu van de kerstloten die ze verkopen op het grote Puerta del Sol, van de takjes die ze uitdelen in de winkelstraten voor ‘geluk,’ van het handlezen en de bloemenstallen opstraat.

De zigeuners en Spanjaarden hebben een moeizame relatie. Er wordt veel gediscrimineerd en gegeneraliseerd, maar het zijn en blijven ook Spanjaarden en de kinderen gaan gewoon naar de Spaanse scholen. Het is misschien daarom juist kwetsender voor deze kinderen om te zien wat er over hun wordt geschreven in het officiële woordenboek van de Spaanse taal.

In onderstaande video zie je jongens en meisjes die de definitie van ‘gitano’ voorlezen. Het woordenboek meldt niet enkel een feitelijke  beschrijving –oorspronkelijk uit India, verspreid over verschillende landen, nomaden, maar ook een mening. De definitie begrijpen ze, maar de kinderen moeten één woord toch even opzoeken. Trapacero, wat is dat?

De zigeunerkinderen zoeken het op in hetzelfde woordenboek en staan versteld als ze zien dat ze worden beschreven als ‘iemand die listig, vals, liegend en bedriegend is. ‘Yo no soy trapacera,’ zegt een meisje verontwaardigd. Deze kinderen gaan naar Spaanse scholen, hebben Spaanse dromen en willen groot worden in hun moederland Spanje. Zo een definitie in een officieel woordenboek kan écht niet.

[Klik op het wieltje om Engelse ondertiteling in te stellen]

Vieze Spaanse neussnuiters

Ik ben niet zeker hoe het in Nederland gesteld is met de neussnuitcultuur, maar ik ben er inmiddels achter dat de normen en waarden wat betreft het neussnuiten in Spanje toch anders liggen dan mijn persoonlijke normen en waarden. Sonar el nariz, neus snuiten, wordt hier open en bloot en met veel getoeter uitgevoerd. Meerdere malen per dag. Volgens mij het liefst zo vaak mogelijk nog. En zo hard natuurlijk.

Net als dieren in het dierenrijk door middel van geluiden willen laten weten wie de sterkste en dominantste is, lijkt de gemiddelde Spanjaard door het toeteren te willen laten merken wie de meeste neusinhoud heeft. Dat is bewonderenswaardig en dwingt respect af, denk ik?

Staat een neus gelijk aan kracht en dominantie? Iemand kunnen onderspuiten met snot is wel een gevaarlijk en krachtig –vooral slijmerig- wapen, vind ik, maar voor de rest kan ik mij toch niet bedenken waarom het indrukwekkend is om de hele dag je neus te laten toeteren. Het is vies. Het is echt heel heel vies. Maar helaas doet iedereen het. Zelfs de meest nette Spanjaarden schrikken hier niet van terug, jammer genoeg. Dus zal ik na de termeratuurdrop deze week alle snottebellen en verkouden neussnuiters helaas toch nog wat langer moeten handelen. Bah.

Positief zijn: Two Wolves

Laat je inspireren door dit mooie, wijze verhaal. Ik kwam dit verhaal lang geleden tegen en gebruik hem nog vaak. Het is echt zo, en als je je bewust bent van negativiteit kun je het ook proberen uit te schakelen. Dat scheelt je een hoop lichamelijke en fysieke klachten. Dus wees je bewust van je gedachtes en doe er wat aan.

One evening an old Cherokee told his grandson about a battle that goes on inside people. He said, “My son, the battle is between two wolves inside us all.

“One is Evil – It is anger, envy, jealousy, sorrow, regret, greed, arrogance, self-pity, guilt, resentment, inferiority, lies, false pride, superiority, and ego.

“The other is Good – It is joy, peace, love, hope, serenity, humility, kindness, benevolence, empathy, generosity, truth, compassion and faith.”

The grandson thought about it for a minute and then asked his grandfather: “Which wolf wins?” The old Cherokee simply replied, “The one you feed.”

Karbonkel & Ik Mik Loreland Trauma II

Ik denk dat mijn haat voor lelijke poppen is voortgekomen uit het enge monster Karbonkel. Ik ben hier achter gekomen tijdens het lesgeven aan groep drie bij de Nederlandse Taal en Cultuurschool in Madrid. De laatste minuten van de les kijken wij soms een educatief kinderprogramma om daar over te spreken. Net als de kinderen in Nederland.

Ik begon met Raaf van Huisje Boompje Beestje. Want Raaf kijken de kinderen in Nederland ook en Raaf is een product van de publieke omroep NTR, dus dat zal wel goed zijn. Het programma trok mij niet echt, maar het belangrijkste is dat de kinderen het leuk vinden. Ik heb het een kans gegeven, maar ik kon die stomme lelijke vogel niet meer aanzien. Gek ding, zo lomp en lelijk. Gelukkig vonden de kinderen het ook niet leuk en was het iets te moeilijk.

Ik besloot over te gaan op Moffel en Piertje van Koekeloere. Ook van de NTR. Dit duo ken ik ook nog wel van vroeger. Dat moest dus wel goed zijn. Na een paar keer herinnerde ik mij weer dat ik het nooit leuk heb gevonden. Die lelijke roze vieze worm en die stomme blinde mol met die gekke stem. Verschrikkelijk. Gelukkig vonden de kinderen het ook niet interessant.

Onlangs stuntte de Mediamarkt hier met de reclame ‘yo no soy tonto‘ ik ben niet dom! In de reclames werd een verschrikkelijk lelijke mensenpop gebruikt. Ik kon die reclames ook niet aanzien. Waarom zou ik een lelijke mensenpop willen zien? Er kan zoveel bedacht worden, en ze komen met een lelijke, stomme pop. Ik zie liever een echt persoon of een mooie pop. Ik begrijp het niet. Stom.

Ik mopperde hier en daar een beetje over Raaf, Moffel en Piertje en de Mediamarkt, maar aangezien niemand mijn frustratie deelde, heb ik bedacht dat de oorzaak van mijn haat voor poppen wellicht Karbonkel is. Want Karbonkel transformeerde na verloop van tijd tot een minder gemene maar spuuglelijke trol. Die trol was een lelijke mensenpop. Zal Karbonkel de reden kunnen zijn van mijn lelijke poppen- en beestenhaat?

Karbonkel gaf mij nachtmerries

Let op: Deze post bevat enge afbeeldingen

Ik vind mij best heel dapper. Ik ben niet snel bang en ik ben ook best stoer. Maar er is één ding waar ik nog steeds niet tegen kan: horror. Ik ben er nooit goed in geweest, en heb het echt vaak geprobeerd. Ik wilde het graag want het is toch verleidelijk: Een spannende boekomslag, of een trailer waar je vage beelden opvangt van mensen die doodsangsten uitslaan. Hoe zal het aflopen..? Maar nee, horror is niet voor mij weggelegd. 

Als kind zijnde sloot ik het boek ‘De heksen van hiernaast’ op in een kast omdat ik bang was dat de heksen eruit zouden komen. En elke keer als ik een enge film had gezien kon ik niet slapen, heel zachtjes riep ik dan ‘mama’ tot ze wakker werd en mij vertelde dat ik aan mooie dingen moest denken. Mijn moeder heeft mij zelfs eens opgehaald op de fiets omdat ik niet meer alleen naar huis durfde te fietsen. Ik was toen al een rebelse en rokende puber.

Ik denk dat al deze ellende is begonnen met het educatief kinderprogramma: Ik Mik Loreland. Generatiegenoten kennen dit programma waarschijnlijk wel, en onlangs ben ik erachter gekomen dat ik niet de enige ben die hier een trauma aan heeft over gehouden. Karakter Karbonkel was een eenogig monstervis –later veranderd naar lelijke trol- die letters uit Letterland stal. ’s Nachts droomde ik dat Karbonkel mij kwam halen. De eenogige vis sleepte zich richting mijn huis, over de donkere weg. Hij was er al bijna.. En dat moesten wij week na week kijken op school. Het is een wonder dat ik nog -een soort van- normaal functioneer.

Ik ben niet de enige, zei ik net. De Facebookpagina Karbonkel gaf mij nachtmerries heeft inmiddels zelfs meer dan 20.000 likes. Dat is toch een geruststelling, ik ben niet de enige bangerik. Ook vind ik het fijn dat HP/De Tijd een klein interview aan Karbonkel heeft gewijd. Hij heeft zelfs zijn excuses aangeboden, maar ik weet niet of ik die kan aanvaarden. Want dat Karbonkel nu nog ergens in een magazijn van de Teleac/NOT ligt vind ik namelijk erg zorgwekkend. Immers, in trailers van horrorfilms die ik nooit kijk, heb ik gezien dat poppen een eigen leven kunnen gaan leiden. Hopelijk vindt hij mij niet hier in Madrid..

Disneyprinsessen met realistisch haar

Wij mensen hebben nog het oerinstinct in ons. Wij zijn instinctief nog sterk, hoe rationeel we ook mogen zijn. Door ons instinct laten we ons nog beïnvloeden door het mooie en het lelijke. Tegelijkertijd zijn we ontwikkeld genoeg om te beseffen dat het niet oké is. Dat het rationeel gezien niet te verantwoorden is.

Mooi is een objectief begrip, maar er is wel degelijk een schoonheidsstandaard. Dit schoonheidsideaal is het ideaalbeeld van de schoonheid. Het ideaalbeeld is niet de realiteit, het is niet realistisch. Dat weten we ook allemaal maar toch voelen we de druk om er aan te voldoen. Net als iedereen zeer waarschijnlijk zijn of haar ideale leven nastreeft. ‘Waarom moet ik ook al weer hard studeren? Oh ja, daarom.’ We moeten ideaalbeelden hebben, wij vinden het fijn om ons daar aan vast te houden, er naar te streven, er over te dromen. ‘Waarom ging ik ook al weer naar de sportschool? Ohja, daarom.’

Helaas is het vaak zo dat het ideaalbeeld een obsessie wordt. Mensen raken in de ban van dit beeld en zien geen mogelijkheden en opties, maar enkel obstakels en moeilijkheden in de reis naar ‘het volmaakte’. Het maakt ze ongelukkig. En ik geloof niet dat dat de bedoeling is van het schoonheidsideaal. Hoewel de commercie er natuurlijk geweldig op inspeelt met de beste en goedwerkende producten om zo mooi mogelijk te worden. Zij hebben er misschien wel baat bij.

In het dierenrijk maken dieren zich ook mooi. Iedereen wil van nature schoon zien, dit kun je niet ontkennen. Ik ook houd van schoonheid en ik ben niet de enige: Zodra een tijdschrift een voller model op de cover zet verkopen ze minder. Maar dat het al zó jong begon had ik nooit kunne bedenken. Ik wist wel dat onze Disneyprinsessen perfect waren: prinsessen zijn toch altijd mooi (en gemene heksen lelijk, toch?)

Maar dat het zulke onwerkelijke idealen waren zag ik pas toen ik deze geweldige reeks zag. Ik heb er erg hard om gelachen, maar dit is eigenlijk wel iets kwalijks. Misschien moeten we de Disneyfilms maar als een karikatuur gaan zien, want de Disneyprinsessen zijn vele malen onrealistischer dan de Victoria Secret Angels.

 

Do you believe in life after delivery?

Ik kwam deze tekst tegen op Instagram en vond het een erg interessante tekst en bijzondere gedachte. Vragen over het universum, de wereld, de natuur, energie en ‘god’ kwamen bij mij naar boven na het leven van de tekst. Hopelijk zet het jullie ook aan het denken en houden jullie er wellicht een mooi gesprek aan over. Laat mij weten wat jullie ervan vonden!

In a mother’s womb were two babies. One asked the other: “Do you believe in life after delivery?” The other replies, “Why, of course. There has to be something after delivery. Maybe we are here to prepare ourselves for what we will be later.”

“Nonsense,” says the other. “There is no life after delivery. What would that life be?”

“I don’t know, but there will be more light than here. Maybe we will walk with our legs and eat from our mouths.” The other says “This is absurd! Walking is impossible. And eat with our mouths? Ridiculous. The umbilical cord supplies nutrition. Life after delivery is to be excluded. The umbilical cord is too short.”

“I think there is something and maybe it’s different than it is here.” The other replies, “No one has ever come back from there. Delivery is the end of life, and in the after-delivery it is nothing but darkness and anxiety and it takes us nowhere.”

“Well, I don’t know,” says the other, “but certainly we will see mother and she will take care of us.”

“Mother??” You believe in mother? Where is she now?”

“She is all around us. It is in her that we live. Without her there would not be this world.”

“I don’t see her, so it’s only logical that she doesn’t exist.” To which the other replied, “Sometimes when you’re in silence you can hear her, you can perceive her. I believe there is a reality after delivery and we are here to prepare ourselves for that reality.”

De Blog Top Drie Tag + Spam je blog!

Vandaag eens geen post over de Spaanse Bureaucratie, Boko Haram, Perfect Zijn of Katholieke schoonfamilie. Ik ben door blogger Paul gevraagd een vragenlijstje over bloggen in te vullen, dus bij deze!

De regels van de Blog Top Drie Tag zijn als volgt:
-Link naar deze blogpost, de post van bedenker Sylvia Kuijsten
-Gebruik als illustratie je favo plaatje dat iets te maken heeft met het getal drie
-Beantwoord de elf vragen op jouw manier
-Nomineer twaalf andere bloggers en laat hen weten dat je ze genomineerd hebt

De vragen

1. Welke drie dingen zijn voor jou onmisbaar bij het bloggen?

Buiten mijn laptop, vingers, en al het andere echt onmisbare, heb ik ervaringen, een goed humeur en creativiteit nodig. Zonder deze drie benodigdheden kom ik echt nergens. Ik heb het wel eens geprobeerd, maar deze posts staan nog steeds bij mijn concepten (een stuk of 30 stuks inmiddels :-))

2. Welke drie dingen mogen niet op een blog ontbreken?

Een duidelijke ‘wie-pagina,’ humor óf intellect –mag ook-, en een ‘best gelezen’ rijtje.

3.Over welke drie onderwerpen schrijf je het liefste?

Ik schrijf graag over mensen, de maatschappij en persoonlijke inzichten.

4. Wat zijn de drie populairste posts op je blog?

Lieve Spaanse woorden
Spaanse Scheldwoorden – vieze woorden
Meer lieve Spaanse woorden

Deze posts worden enorm vaak via de zoekmachine gevonden. Maar echt, niet normaal vaak. Misschien moet ik overwegen meer van dit soort posts te maken, mensen zijn er schijnbaar toch naar op zoek.

5. Welke drie dingen wil jij uitstralen/bereiken met je blog?

Ik heb hier nooit eerder over nagedacht. Niet echt handig…
Ik hoop dat mensen mijn blog leuk vinden, zich herkennen in mijn ervaringen, en zich mijn beschrijvingen kunnen inbeelden.

6. Via welke drie social media is jouw blog te volgen?

Je kunt mij volgen via Twitter, Instagram en Bloglovin’.

7. Wat zijn drie voor- of nadelen van bloggen?

Volgens mij moet ik hier óf drie voordelen geven, óf drie nadelen. Ik geef graag drie voordelen.
Ik ben een idealist en geloof dan ook graag dat ik mensen misschien wel een inzicht kan geven met sommige posts. Als dat werkelijk zo is help ik de wereld misschien wel een beetje verbeteren. Posts uit mijn categorie Goed/Slecht gaan vaak over idealen.
Een ander voordeel is dat ik mijn gedachten kan delen. En narcistisch als ik ben, wil ik natuurlijk dat dit gelezen wordt. Hiermee kom ik meteen bij mijn derde voordeel: De interactie op mijn blog. Ik waardeer al mijn lezers en vind het erg bijzonder dat zij de tijd nemen om mijn gedachten te lezen.

8. Welke drie lezers laten de meeste reacties achter?

De grappige Thomas Pannekoek, mijn lieve vriendin Aischa, en lieve blogger Marion. Heel erg bedankt voor jullie opmerkelijke, verrassende, interessante, lieve en gezellige reacties!

9. Wat zijn jouw drie favoriete blogs van andere bloggers?

Ik ben erg gek op alle blogs die ik volg. Sommige blogs zijn diepgaand, andere weer lichtvoetig, maar ik moet altijd erg lachen om Vinnerd, Anieke en Achtentwintiger. Ik denk dat deze blogs ook toegankelijk zijn voor de niet-volgers.

10. Over welke drie onderwerpen lees je het liefste bij andere blogs?

Ik heb niet echt een voorkeur: Een stuk over de fotosynthese van de douglasspar in Canada kan zelfs leuk zijn als het maar goed geschreven is. Dat is voor mij het belangrijkst. Zelfs een verhaal over mijzelf zou ik saai vinden om te lezen als het niet goed geschreven is. Ik houd van grappige persoonlijke verhalen, beauty/lifestyle/food/health etc, inburgeren/emigreren en feministische verhalen. Lees je dit en denk je ‘Ja, Sherita vindt mijn blog vast leuk,’ spam je blog dan hieronder!

11. Welke drie blogtips heb jij voor andere bloggers?

-Let op je schrijfstijl. Ik zie bloggers vaak veel stopwoorden en overbodige woorden gebruiken. Ga elke zin na en kijk of er woorden instaan die niets toevoegen. Duidelijk geschreven stukken zijn veel leesbaarder.
-Wees origineel. Weer een stuk over de nieuwe collectie van Essence interesseert mij echt alleen als je er paarse uitslag op je billen van krijgt.
-Wees duidelijk in wat je bedoelt. Als ik de eerste alinea niet begrijp lees ik niet verder.

De nominaties:
Harrij Smit
Bomma
Adam
Ann-Sophie
Madeleine
Vrouwfiguur‘ (Second Part of My Life)
Vinnerd
Anieke
Els
Left Red Eye
Thomas Pannekoek
Darlin Doormat
Anneke
Marion

Ja, dat zijn er vast veel meer dan 11. Ik ben niet zo goed in rekenen, dat weten mijn volgers inmiddels. Veel plezier met het invullen van de vragen!

#onlyinspain: Bureaucratie en werkmentaliteit Spanje

Ken je dat gevoel, dat je zo verontwaardigd bent, dat je moet lachen? Zo een onmacht en ongeloof, dat je gewoon de slappe lach krijgt? Een heel bijzonder gevoel, je balanceert tussen huilen en lachen. Waar je naar doorslaat hangt af van de ernst van de situatie. Ben je gek op dat gevoel? Kom dan naar Spanje en ervaar het als de bureaucratie én de Spaanse werkmentaliteit samenkomen. Lees verder

Cultuurverschillen: Mijn katholieke Venezolaanse schoonfamilie

Bendicion viejita,’ zegt mijn vriend altijd wanneer hij met zijn moeder in Venezuela belt. Vier jaar geleden kende ik het woord ‘bendicion’ niet, en ging ik er van uit dat het een begroeting was. ‘Hoi oudje,’ zou zijn openingszin dan zijn. Ik moest er wel om lachen. Maar na een paar keer vroeg ik het toch, wat betekent bendicion nou? Ik kwam er achter dat het ‘zegen mij’ betekent. Ik was een beetje stil, ik ben niet wereldvreemd, maar dat ‘zegen mij’ was nieuw voor mij. Lees verder