Straatvolk Deel 3: De niet-mens

 Dit is deel drie van een serie posts op mijn blog: Straatvolk in Spanje. De straten van een grote stad zijn vaak bezaaid met vreemde, aparte, gekke, bijzondere types. Deze serie gaat over hen. De nachtchinezen, oude hoeren, straatverkopers, acrobaten, mafkezen, artiesten en nog veel meer. Geniet!

Het is een drukke straat met veel terrasjes en winkels. Hij loopt in het midden, iedereen staart hem na, maar dat ziet hij niet. Hij kijkt recht voor zich uit. Hij draagt een spijkerbroek en een jas. Een van de broekspijpen is van boven tot onder opengescheurd. Ik zie zijn hele naakte been. Zijn jas is ook kapot.

Hij slentert en loopt een beetje mank.Hij heeft een flinke baard, wilde wenkbrauwen, en sommige stukken haar zijn dreadlocks geworden. Oud is hij niet. 

Ik wil niet bang van hem worden, hij kan er namelijk niets aan doen. Maar toch, ik voel angst. Hij is voorbij dat punt, in een verder stadium dan ik ooit bij andere daklozen heb gezien. Deze man is geen mens meer. Hoe hij loopt, hoe hij kijkt maar toch niet ziet. Dit is voorbij het menselijke. 

Het menszijndestuk, is hij verloren. Hebben jullie wel eens een trailer van een serie of een film over een zombie eclips gezien? Zo ziet hij eruit. Heel erg treurig. 

 

Advertenties

Bedelaars negeren

Ik begrijp het niet.

Hoe kunnen vele mensen toch zo vreselijk onbeleefd zijn,

tegen de bedelaars wanneer zij om een muntje vragen.

Negeren is onbeleefd, gemeen en neerbuigend.

Want meer ben je echt niet, noch zijn zij minder.

Hoeveel moeite kost het om nee te schudden of te zeggen?

 

Nee!

Door alle drukte heen hoor ik haar heen en weer schuiven op het station. Ze zet namelijk geen stappen, ze sloft.

Ze is klein, niet al te oud, maar ook niet jong. Ze is normaal gekleed maar toch denk ik dat ze Roma is.

Ze gaat voor me staan, draait haar hoofd in mijn richting, maar kijkt langs mij heen.

“Mevrouw alstublieft mevrouw, heeft u wat geld voor mij?”

– Nee, – zeg ik. Ik ben hier hard in geworden. Er zijn zo veel bedelaars,
ik kan niet iedereen geld geven.

Even later koop ik mijn kaartje, een paar meter verderop.
En plotseling staat ze weer voor mijn neus.

Ik schrik een beetje, is ze boos ofzo?

Maar nee.

“Mevrouw alstublieft mevrouw, heeft u wat geld voor mij?”

.

Ik stond erbij en ik keek ernaar

Dat is wel slim van hem, om zijn fietszadel mee te nemen, als je je fiets  parkeert. Anders stelen ze het zadel namelijk. Oh, dat is niet zijn fiets.

…….

Oh, hij ís het zadel aan het stelen.

En wat doe je dan?

-Dag grote meneer, bent u lekker high? Ik wil u niet storen hoor, maar volgens mij is dat niet uw zadel. Oh, niet boos worden hoor.. zo bedoelde ik het niet.

Nee dus

Politie bellen? Dat duurt te lang.

Dus ja. Ik stond er bij en ik keek er naar. Net als velen anderen.
Mag ik mij verbergen achter het feit dat ik een meisje ben?

.

Non-Mercy

Bij die ene boekwinkel ging een non naar binnen.

De zwerver, bedelend bij het portaal, werd genegeerd.

‘De missie van boekhandel en organisatie San Pablo  is om de mens te helpen zich te vormen tot een wereldverbeteraar, en een menselijkere en christelijkere wereld te creëren.’

Of zal hij zo misschien haar wisselgeld krijgen?

Welterusten

In de rechter dozenrij slaapt een man van middelbare leeftijd. Ik zie hem vaak lopen. Zijn  grijszwarte haar staat altijd overeind. Zijn gewatteerde jas, die hij zelfs in de zomer blijft dragen,  verhult zijn magere postuur. Hij is erg lang. Hij doet niemand kwaad, voor zover ik weet. Ik weet niet wie er in de linker dozenrij slaapt.

AdobePhotoshopExpress_2015_08_12_01:34:31