Je mengen met de locals; Spanjaard in Groningen

Vier jaar geleden studeerde hij een half jaar in Groningen. -Dus je spreekt een beetje Nederlands?- vraag ik deze Spaanse jongen. Ik ben op de verjaardag van een gemeenschappelijke vriendin.

“Uhh nee,” zegt hij in de eerste instantie lachend.

Maar na wat twijfelen, diep nadenken en hersengekraak -ik hoorde het echt!-, herinnert hij zich toch nog een paar woorden, in ditto volgorde: Lees verder

Advertenties

Feesten voor de Koning in Madrid

Zo feestend in een chique hotel, afgehuurd voor de Nederlanders hier en voor de gelegenheid speciaal oranje verlicht, was de voertaal een mix van Nederlands, Spaans en Engels.

Fouter kon het niet, maar de eerste echte Koningsnacht vieren op het dakterras van een hotel met dertien verdiepingen, is wel gaaf.

De limbo werd gedanst, en de meter bier werd als stok gebruikt. Kedeng kedeng werd afgewisseld met ‘La Gasolina.’ Iedereen had het naar zijn zin.

En zo rondkijkend en pratend met Nederlandse, Belgische, Aziatische, Spaanse, Marokkaanse, en Amerikaanse feestgangers besefte ik ineens:

Máxima had gelijk. Dé Nederlander bestaat er niet.

Maar beter nog: Op de een of andere manier zijn er heel veel mensen, van alle nationaliteiten, met alle kleuren, geuren, culturen, geloven, van overal ter wereld, die van Nederland houden.

Die iets met Nederland hebben, en daar trots op zijn, die zich betrokken voelen bij Nederland, en die het beste voorhebben met Nederland.
En zeg nou zelf, mooier kan het toch niet?

 

HEMA in Madrid

Het is echt zo ver. De geruchten gingen al lang rond, maar vandaag gaat hij dan echt open. Neerlands meest geliefde en gemiste winkel, HEMA, opent eindelijk haar deuren in Spanje’s mooiste hoofdstad Madrid.

Aan het einde van de prachtige ‘upcoming’ hippe Calle Fuencarral kun je vanaf heden Jip en Janneke ondergoed, kinderchampgne, beschuit, bijouterie, make-up en nog veel meer dingen kopen. 

Ik heb hier maar één ding over te zeggen. 

Jeeeejj! 

 
;

20140402-134649.jpg

Zal ik over een jaar ook..?

Soms loop ik over straat, kijk ik om mij heen, en besef ik ineens dat ik hier een buitenlander ben. Zolang ik niets zeg, ga ik wel door voor Spanjaard, maar ze zullen altijd horen, dat ik niet van hier ben.

De Spanjaarden zullen mij hier nooit op aankijken. Ze vragen wel naar mijn accent, en als ik vertel dat ik uit Nederland kom, weten ze altijd een mooi verhaal te vertellen. Over hun buurman, die in Rotterdam heeft gewerkt, of over hun dochter die ooit iets met een Nederlander had, of ze vertellen mij over de Nederlandse geschiedenis, en vragen naar bloemen, de grachten en onze voetballers.

In Nederland zorgen de woorden immigratie en inburgering altijd voor grote discussies. Inburgeren is ook belangrijk. En daarom, zo af en toe, vraag ik mij ineens af…

Zal ik over een jaar ook dat geweldige ritmegevoel hebben? Dat de bas door mijn aderen danst, waardoor ik gewoon niet anders kan, dan ritmisch meebewegen op de Spaanse muziek?

En zal ik dan ook eindelijk eens een boek in de metro gaan lezen, in plaats van hersenloos spelletjes op mijn mobiel te spelen?

Zal ik dan ook altijd tijd hebben voor een praatje met de caissière, de groenteboer, de slager, of gewoon met een volstrekt wildvreemde op straat? En niet bezig zijn met de tijd die doortikt, en de boodschappen die ik wilde doen, dat ene telefoontje dat ik moet plegen, en de carrière die ik wilde maken? Gewoon, een paar minuutjes, kletsen met een wildvreemde?

Iedereen guapo, tía, colega of chaval, noemen? Om vervolgens, zonder blikken of blozen, ‘Joder, hostia, hombre!’ ‘Coño, me cago en todo’ in iedere zin te roepen?

Niet ontbijten met een broodje kaas (‘eerst iets hartigs, dan pas iets zoets!’), maar gewoon in het buurtcafeetje wat churros bestellen en ze wegwerken met een heerlijke ‘relaxing café con leche? ’

Om vervolgens als lunch een uitgebreide warme maaltijd te eten. En de buitenlanders met een mix van medelijden en onbegrip aankijken terwijl ik ze vraag ‘is dat je lunch?’ als ze hun boterhammetje nuttigen.

Zal ik dan ook een heerlijke fles wijn kopen in warenhuis ‘El Corte Ingles’om zomaar, op een maandag, of een dinsdag, of op welke dag dan ook, te toasten op het leven? En de rest van mijn benodigdheden ook kopen bij ‘El Corte Ingles,’ wat voor mij nu nog gewoon een te groot en invloedrijk imperium is, maar dat ik tegen die tijd waarschijnlijk de geweldigste winkel van Spanje vind.

En gewoon iedereen uitgebreid aankijken, puur omdat er iets te kijken valt, terwijl ik meedoe met een politieke demonstratie op Puerta del Sol? Ja, ik vraag mij af, zal ik dat allemaal doen, over een jaar?

 

Toch Geen Nederlander

Het koppel kwam binnen. In het Spaans vroegen zij om een kamer. Ik vertelde ze de prijs, en ze gingen akkoord. Het inchecken volgde en ik vroeg hun paspoorten. Hij overhandigde mij een Nederlands paspoort.

– Ah, u bent Nederlander! –

“Nee, niet echt. Ik spreek het alleen een beetje.”


Dit bedoelde hij niet als grap.

.