Selfies, mijn klaagzang

Tuurlijk maak ik selfies. Ik probeer alle poses, en als ik er leuk uitzie staat mijn hele fotorol natuurlijk vol met de meest uiteenlopende poses, lichtinval, haarstijlen en achtergronden. En natuurlijk denk ik wel eens, zal ik….? En tuurlijk kot het ook wel eens zover. Ik snijd de foto bij, verander de belichting een beetje, en dan, op het moment dat ik de foto het wereldwijdeweb wil ingooien om door vriend en vijand bekritiseerd en aanbeden te worden, klik ik op het kruisje. Want waarom zou ik in hemelsnaam een foto van mijzelf op de sociale media plaatsen? En waarom vraag ik mij -schijnbaar als enige op de hele wereld- dit af?

Wil ik echt dat heel de wereld mij ziet, beoordeelt? Stijgt mijn eigenwaarde door de likes en comments? Dat is toch eigenlijk best sneu? Waarom zouden mensen selfies posten? Waarm zou je je eigen zelfbeeld willen laten bepalen en beoordelen door het aantal likes en comments? Wat gebeurt er in het hoofd van die miljoenen mensen die het dag in dag uit doen?

Ik ben een twintiger en ik ben best hip. Ik houd wel van vegetarisch eten, heb Instagram, heb coole schoenen en lak mijn nagels, maar ik begrijp die hele zelfverheerlijkingsvergelijkingscultuur (zelfbedacht woord, hip hè?) niet.
Ik snap het gewoon niet. Ik heb het geprobeerd, maar nee, het is niet mijn ding en ik begrijp ook niet dat anderen dat doen. Onzekerheid zal het niet verhelpen, je krijg misschien een kick van het aantal likes, maar dat is een tijdelijke kick, net als drugs. En drugs zijn niet goed, dat weten we allemaal.

Als iemand echt beeldschoon is, gaat trouwen, of een kunstzinnig selfie heeft gemaakt begrijp ik dat deze op Instagram en Facebook wordt geplaatst. Maar al die miljoenen andere scheve-, duckface-, kijk mij eens-, borsten-, vooral haar-, spierenselfies? Nee. Bespaar het mij alsjeblieft.

Advertenties

Do you believe in life after delivery?

Ik kwam deze tekst tegen op Instagram en vond het een erg interessante tekst en bijzondere gedachte. Vragen over het universum, de wereld, de natuur, energie en ‘god’ kwamen bij mij naar boven na het leven van de tekst. Hopelijk zet het jullie ook aan het denken en houden jullie er wellicht een mooi gesprek aan over. Laat mij weten wat jullie ervan vonden!

In a mother’s womb were two babies. One asked the other: “Do you believe in life after delivery?” The other replies, “Why, of course. There has to be something after delivery. Maybe we are here to prepare ourselves for what we will be later.”

“Nonsense,” says the other. “There is no life after delivery. What would that life be?”

“I don’t know, but there will be more light than here. Maybe we will walk with our legs and eat from our mouths.” The other says “This is absurd! Walking is impossible. And eat with our mouths? Ridiculous. The umbilical cord supplies nutrition. Life after delivery is to be excluded. The umbilical cord is too short.”

“I think there is something and maybe it’s different than it is here.” The other replies, “No one has ever come back from there. Delivery is the end of life, and in the after-delivery it is nothing but darkness and anxiety and it takes us nowhere.”

“Well, I don’t know,” says the other, “but certainly we will see mother and she will take care of us.”

“Mother??” You believe in mother? Where is she now?”

“She is all around us. It is in her that we live. Without her there would not be this world.”

“I don’t see her, so it’s only logical that she doesn’t exist.” To which the other replied, “Sometimes when you’re in silence you can hear her, you can perceive her. I believe there is a reality after delivery and we are here to prepare ourselves for that reality.”

Where’s Your Instagram?

Het zat er aan te komen. Ik wist het wel. Maar niemand had het nog gevraagd. Waren ze bang om mij te beledigen? Waren ze bang dat ik mij zou gaan realiseren dat ik écht achterloop -het woord YOLO mag tegenwoordig ook niet meer, kwam ik laatst achter-, of vonden ze mij toch al niet zo een goede fotografe?

Het was tijdens een Whatsappgesprek met mijn Amerikaanse vriendinnetje. De Verenigde Staten, het land van alle hipheid. “Were’s your instagram?”, vroeg ze schaamteloos.

En toen kwam het er eindelijk uit, ik  biechtte op: Ik heb geen Instagram.

Ik heb Facebook, Twitter, Pinterest, Gmail, LinkedIn, WordPress, en ik bankier online. Een hele verbeteing ten opzichte van Hyves, CU2, MSN en PP2G en gekke hotmailadressen.

Ik smste ooit 160 tekens lang, en whatsapp nu. Ik maakte  foto’s met een camera met rolletje, nu haal ik mijn hippe mobiel uit mijn zak en schiet ik de mooiste -of toch niet?- plaatjes. Eindeloos speelde ik cassetebandjes af, kant A en B, en heb nu niet eens meer een CD in huis. Ik keek video’s, we hadden een hele kast vol, en kijk nu de laatste films gewoon online.

Ik vind het wel even genoeg geweest. Ik doe niet mee. Ik heb er helemaal geen zin in.

p.s. Ik weet ook nog steeds niet wat RSS feeds zijn.