Karbonkel & Ik Mik Loreland Trauma II

Ik denk dat mijn haat voor lelijke poppen is voortgekomen uit het enge monster Karbonkel. Ik ben hier achter gekomen tijdens het lesgeven aan groep drie bij de Nederlandse Taal en Cultuurschool in Madrid. De laatste minuten van de les kijken wij soms een educatief kinderprogramma om daar over te spreken. Net als de kinderen in Nederland.

Ik begon met Raaf van Huisje Boompje Beestje. Want Raaf kijken de kinderen in Nederland ook en Raaf is een product van de publieke omroep NTR, dus dat zal wel goed zijn. Het programma trok mij niet echt, maar het belangrijkste is dat de kinderen het leuk vinden. Ik heb het een kans gegeven, maar ik kon die stomme lelijke vogel niet meer aanzien. Gek ding, zo lomp en lelijk. Gelukkig vonden de kinderen het ook niet leuk en was het iets te moeilijk.

Ik besloot over te gaan op Moffel en Piertje van Koekeloere. Ook van de NTR. Dit duo ken ik ook nog wel van vroeger. Dat moest dus wel goed zijn. Na een paar keer herinnerde ik mij weer dat ik het nooit leuk heb gevonden. Die lelijke roze vieze worm en die stomme blinde mol met die gekke stem. Verschrikkelijk. Gelukkig vonden de kinderen het ook niet interessant.

Onlangs stuntte de Mediamarkt hier met de reclame ‘yo no soy tonto‘ ik ben niet dom! In de reclames werd een verschrikkelijk lelijke mensenpop gebruikt. Ik kon die reclames ook niet aanzien. Waarom zou ik een lelijke mensenpop willen zien? Er kan zoveel bedacht worden, en ze komen met een lelijke, stomme pop. Ik zie liever een echt persoon of een mooie pop. Ik begrijp het niet. Stom.

Ik mopperde hier en daar een beetje over Raaf, Moffel en Piertje en de Mediamarkt, maar aangezien niemand mijn frustratie deelde, heb ik bedacht dat de oorzaak van mijn haat voor poppen wellicht Karbonkel is. Want Karbonkel transformeerde na verloop van tijd tot een minder gemene maar spuuglelijke trol. Die trol was een lelijke mensenpop. Zal Karbonkel de reden kunnen zijn van mijn lelijke poppen- en beestenhaat?

Advertenties

Scheetjes van kinderen: Echte gasaanvallen

Heel geconcentreerd zitten alle kinderen braaf het Sinterklaasjournaal te kijken. Ik vind het ook erg spannend –hoe zit dat nou met die Pieten? Doen we zwart of wit?-, dus ik zit vlak achter de kleintjes. Groep 1, 2, 3 en 4 kijken samen. De kleinsten zitten netjes recht op een stoeltje, en allemaal staren ze erg geconcentreerd naar het hoogtepunt van de donderdagmiddagles. Het is dan ook doodstil als ik plots een pedito -scheetje- hoor.

Ik zeg pedito, maar eigenlijk is het een dikke vette grote pedo -scheet. Qua decibel en lengte kan het als een volwassenscheet worden aangemerkt. Ik kijk over de schouders van mijn leerlingen naar beneden, en zie een kleutertje omhoog kijken. Met een pokerface kijkt hij mij aan, voor hij weer zijn hoofd omdraait en verder kijkt naar Sinterklaas en Zwarte Piet. Lees verder

De Kokodril van Denzel

We zitten in de kring. Wat zou je toveren, als je voor een dag een tovenaar was, is de vraag. Ik hoor de mooiste dromen, die vooral te maken hebben met een zwembad in de achtertuin, prinsessen, draken en babydiertjes.

Het duurt even voor Denzels fantasie gaat werken, want nuchter als hij is spreekt zijn Nederlandse kant: “Maar toveren kan helemaal niet.”
Maar als ik even aandring en Denzel eenmaal begint te fantaseren, is hij niet meer te stoppen. Zijn droom is erg spannend…

“Ik wil een kokodril in de tuin!”, zeg hij enthousiast met een stralend gezicht. Lees verder

Zeiknat geregend

“Wat betekent ‘ik ben zeiknat’?” vraagt Nadine onschuldig.
Buiten hangen donkere wolken dreigend in de lucht. Het regent al een paar dagen af en aan. 

-Dat is als je heel nat bent, bijvoorbeeld van de regen,- leg ik haar uit. 

“Ok,” knikt ze bevredigend, een nieuw woord wordt opgeslagen in haar hoofdje, ik zie het gebeuren.

-Maar dat woord is niet zo netjes hoor, -voeg ik er toch nog snel aan toe.

Ik heb liever dat ze dat plekje in haar hoofd bewaard voor lieflijke zonneschijnwoordjes.

Bedank Amber maar

Vol liefde zoek ik iedere week de leukste, spannendste, interessantste en meest leerzame opdrachtjes bij elkaar. Want ik wil er niet van uitgaan dat iedereen het werkboek bij zich heeft.

Hebben we het over de ei-plaat? De fopletter? Of de bankletter? Geen probleem, de leerlingen krijgen een werkblad op maat.

Met veel bijsnijden, uitlijnen, vergroten, verkleinen en soms een paar niet zo aardige verwensingen naar Word, zet ik al deze opdrachtjes netjes op een A4tje of twee.

“Wanneer gaan we weer uit het werkboek werken?” vroeg een leerlinge laatst al voor de tweede keer. 

Aankomende les begin ik met:

“Omdat sommigen van jullie mijn creativiteit niet kunnen waarderen, gaan we weer mainstream doen, jongens. Pak je werkboek maar. Ja, ik weet het, ik vind het ook jammer, maar goed, jongens, bedank Amber maar.” 

Haha

Toch nog even verbeteren

-Dus je hebt echt je allerallerbest gedaan, Valentino?-
“Ja, en ik ben helemaal klaar,” zegt hij blij, drie minuten nadat de multiple choise begrijpendlezentoets is gestart -onmogelijk.

-Oke, goed, want weet je, ik moet dat zeker weten Valentino, want ik ga het heel goed nakijken zodat ik weet wat ik op je rapport moet schrijven.-

Zijn grote ogen worden nog groter.

“Juffrouw Sherita heb je een gum want nu ik even echt goed nadenk heb ik volgens mij toch nog wel een paar foutjes gemaakt en die wil ik verbeteren.”

Haha.

Tweelingding

Eeneiige tweeling Mieke en Pilar lijken sprekend op elkaar, zitten altijd naast elkaar, en ik houd ze nauwelijks uit elkaar.

Heel kwalijk vind ik dat van mijzelf, dat ik deze twee meisjes niet uit elkaar kan houden.
Ik zou dat niet leuk vinden, als dat bij mij gebeurt, immers, ik ben toch een persoon, niet een duo?

Bovendien geloof ik dat het goed is als de twee zich ook los van elkaar ontwikkelen. Mede hierom plaatste ik hun namen niet direct ónder elkaar toen ik een lijst met alle leerlingen op het bord hing.

Mieke stak gelijk haar vinger op toen ze de lijst zag.

Geschrokken, met grote ogen vroeg ze me: “Waarom staan Pilar en ik niet onder elkaar?”

.

Twee vaders

“Mijn vaders,”  zei hij,  “hebben hetzelfde beroep.” Mijn vaders… Mijn vaders… Oh nee…!

Heb ik Gertje nou echt laten opschrijven dat hij aan zijn vader én moeder moet vragen wat hun beroep in het Nederlands is, terwijl hij twee vaders heeft?

Zal ik het hem laten uitgummen?
Zal ik hem erbij laten schrijven dat Juf Sherita heel open minded is?
Of dat ze niemand heeft willen kwetsen?

Even later begreep ik het. Gertje vertaalde ‘padres’ direct vanuit het Spaans.

Mi padre, mijn vader
Mis padres, mijn ouders of, ‘mijn vaders’ dus.

Gelukkig. Zijn padres zullen dus niet beledigd zijn bij het zien dan huiswerkopdracht.