Only in Spain

Na een maand te kleine schoenen oprekken ben ik terug bij mijn schoenmaker in La Latina. Verward  kijkt hij op als ik binnenkom.

Ik zie de enorme rotzooi -echt waar, je wordt er naar van als je het ziet- in zijn atelier en begin mijn schoenen te beschrijven. Hij vraagt naar mijn naam. Pedro, Jorge, Juan, of hoe hij ook heet is dus georganiseerder dan het lijkt.

Maar na een paar minuten zoeken in zijn achterhok, op de zolder, tussen hopen schoenen op de grond, in tassen die overal hangen, en onder zijn werkbank begin ik ze toch maar weer te beschrijven.

Dit keer luistert hij aandachtig. Ja, die beschrijving klonk hem wel bekend in de oren. Hij had ze wel ergens gezien. Of ze een hak hadden, en hij houdt een paar dameshakken omhoog.

Ieh. Nee. Lelijk.

Hij krabt op zijn hoofd en vraagt of ik er morgen of overmorgen ben. Nadat ik ja knik schrijft hij mijn naam en telefoonnummer op. Voor de zekerheid noteert hij ook nog de beschrijving van de schoenen. Morgen gaat hij namelijk zijn atelier opruimen en vindt hij ze vast.

Anders moet ik het toch maar met die hakken doen.

 

Advertenties

Vieze Spaanse neussnuiters

Ik ben niet zeker hoe het in Nederland gesteld is met de neussnuitcultuur, maar ik ben er inmiddels achter dat de normen en waarden wat betreft het neussnuiten in Spanje toch anders liggen dan mijn persoonlijke normen en waarden. Sonar el nariz, neus snuiten, wordt hier open en bloot en met veel getoeter uitgevoerd. Meerdere malen per dag. Volgens mij het liefst zo vaak mogelijk nog. En zo hard natuurlijk.

Net als dieren in het dierenrijk door middel van geluiden willen laten weten wie de sterkste en dominantste is, lijkt de gemiddelde Spanjaard door het toeteren te willen laten merken wie de meeste neusinhoud heeft. Dat is bewonderenswaardig en dwingt respect af, denk ik?

Staat een neus gelijk aan kracht en dominantie? Iemand kunnen onderspuiten met snot is wel een gevaarlijk en krachtig –vooral slijmerig- wapen, vind ik, maar voor de rest kan ik mij toch niet bedenken waarom het indrukwekkend is om de hele dag je neus te laten toeteren. Het is vies. Het is echt heel heel vies. Maar helaas doet iedereen het. Zelfs de meest nette Spanjaarden schrikken hier niet van terug, jammer genoeg. Dus zal ik na de termeratuurdrop deze week alle snottebellen en verkouden neussnuiters helaas toch nog wat langer moeten handelen. Bah.

#onlyinspain: Bureaucratie en werkmentaliteit Spanje

Ken je dat gevoel, dat je zo verontwaardigd bent, dat je moet lachen? Zo een onmacht en ongeloof, dat je gewoon de slappe lach krijgt? Een heel bijzonder gevoel, je balanceert tussen huilen en lachen. Waar je naar doorslaat hangt af van de ernst van de situatie. Ben je gek op dat gevoel? Kom dan naar Spanje en ervaar het als de bureaucratie én de Spaanse werkmentaliteit samenkomen. Lees verder

Revolutionaire gedachtes- Andar la bici

Andar la bici(cleta) betekent letterlijk: de fiets lopen, oftewel: fietsen. Je kunt ook zeggen: conducir la bici(cleta) wat, de fiets rijden, betekend. Aan de twee werkwoorden voor ‘fietsen’ alleen al merk je al dat hier geen typische fietscultuur te vinden is.

Dat merk je ook aan het gebrek aan fietspaden, teveel steile hellingen, nietbestaande fietspaden die, als ze wel bestaan, plots ophouden.

En aan geïrriteerde voetgangers als je voorzichtig op de stoep fietst en gepikeerde automobilisten als je fietst waar je hoort: op een zesbaans autoweg, op de strook tussen de taxi’s en bussen, ergens in het midden gezellig met andere auto’s. En dit is als je geluk hebt. Want niet altijd heb je zo een bijzondere aangegeven fietsstrook.

Dat merk je ook aan het feit dat deze oer-Nederlandse, onlangs een helm heeft aangeschaft. Lees verder

Andres Vodka op de Eerste Hulp

“Wat is je achternaam, Andres?,” vraagt de verpleegster op de Eerste Hulp van een ziekenhuis in Madrid. “Andres ehhh.. Vodka,” zegt hij lallend, vanuit zijn rolstoel in de gang. Met zijn arm in een rare positie, schreeuwt en roept Andres Vodka alle zusters, beveiligers en wachtenden bij elkaar. Hij spuugt ook op de grond.

“Meneer Andres, werk u even mee, u heeft waarschijnlijk een gebroken arm,” zegt de verpleegster lief.

Hij schreeuwt weer. Volgens mij scheldt hij de verpleegster uit en vervloekt hij iedereen op de Eerste Hulp, maar ik weet het niet zeker, ik versta hem niet goed met zijn dubbele tong.

Andres was eigenlijk aan de beurt, maar hij moet een beurt overslaan, en een andere patiënt krijgt een radiografie terwijl Andres streng toegesproken wordt door een beveiliger.

Na vijf minuten vraagt de zuster of hij eindelijk rustig kan doen. Zijn geschreeuw vermindert en Meneer Vodka wordt de behandelkamer ingereden. Ik hoor dingen op de grond vallen in de behandelkamer.

Een tweede beveiliger komt er aan. Hij draagt zwarte handschoentjes, voor het geval dat hij fysiek moet ingrijpen.

Na wat geschreeuw is het eindelijk rustig. Later zie ik Andres Vodka onder invloed van andere, functionelere, verdovende middelen languit op een bed liggen. Hij wordt behandeld door geduldige verpleegster.

Wat een respect heb ik voor die meiden. *en jongens

Where’s Your Instagram?

Het zat er aan te komen. Ik wist het wel. Maar niemand had het nog gevraagd. Waren ze bang om mij te beledigen? Waren ze bang dat ik mij zou gaan realiseren dat ik écht achterloop -het woord YOLO mag tegenwoordig ook niet meer, kwam ik laatst achter-, of vonden ze mij toch al niet zo een goede fotografe?

Het was tijdens een Whatsappgesprek met mijn Amerikaanse vriendinnetje. De Verenigde Staten, het land van alle hipheid. “Were’s your instagram?”, vroeg ze schaamteloos.

En toen kwam het er eindelijk uit, ik  biechtte op: Ik heb geen Instagram.

Ik heb Facebook, Twitter, Pinterest, Gmail, LinkedIn, WordPress, en ik bankier online. Een hele verbeteing ten opzichte van Hyves, CU2, MSN en PP2G en gekke hotmailadressen.

Ik smste ooit 160 tekens lang, en whatsapp nu. Ik maakte  foto’s met een camera met rolletje, nu haal ik mijn hippe mobiel uit mijn zak en schiet ik de mooiste -of toch niet?- plaatjes. Eindeloos speelde ik cassetebandjes af, kant A en B, en heb nu niet eens meer een CD in huis. Ik keek video’s, we hadden een hele kast vol, en kijk nu de laatste films gewoon online.

Ik vind het wel even genoeg geweest. Ik doe niet mee. Ik heb er helemaal geen zin in.

p.s. Ik weet ook nog steeds niet wat RSS feeds zijn.

Misschien ben ik wel helemaal niet zo aardig

“Nou ja, hij heeft tenminste geluk dat zo een leuk meisje als jij zo goed voor hem zorgt,” zegt de te blije kassiere in de supermarkt, als ik antwoord dat Don Carlos nog steeds plat ligt, na zijn ongelukje.

Hoe weet hij nou dat ik goed voor hem zorg? Dit blije ei kent mij en mijn verpleegstervaardigheden helemaal niet.

Wie weet laat ik Don Carlos ‘ s nachts wel schrikken met een Sacry Movie masker op, smeer ik vaseline op de handvaten van zijn krukken, teken ik snorretjes op zijn gezicht als hij slaapt, kietel ik zijn grote teen, gooi ik zout in zijn koffie en geef ik hem stiekem laxeermiddelen.

En die arme kassiere maar hopen op een verzorgend meisje als ik. Muahahaha…

Ongeleide projectielen

Begrijp mij niet verkeerd, in het centrum van Madrid wonen is heerlijk. Maar als je snel van A naar B moet, kom je er pas echt achter dat voetgangers soms een stelletje ongeleide projectielen zijn..

Carrera San Jeronimo, de chique straat richting het parlement, de oude boekenwijk Cortes, de toeristenbus, de illegale kersenverkopers op de hoek van de straat, de lekkerste banketbakker ooit en de drukke winkelstraat Calle Preciados met supersale, interesseren je niet als je haast hebt. Maar anderen des te meer, lijkt het wel.

Want hoe vaak mensen bijna tegen me aanlopen, plots gaan stilstaan, vreemde draaien maken en hun arm ineens opzij steken, of slingeren als ik snel lopend over straat ga. Ongelooflijk, het lijkt wel een slecht uitgevoerde cheorafie. Ik begrijp des te meer waarom er ooit verkeersregels zijn ingesteld, want voetgangers op straat zijn net een stel bijen zonder hun koningin…

Adem in, adem uit..