To ser or not to estar?

Soms wist ik niet wat ik was. Wie ik moest zijn, waar ik moest zijn. En vooral, waarom? Gelukkig weet ik het inmiddels wel, alhoewel ik nog steeds wel eens twijfel.

Dit zijn geen diepgaande filosofische vragen, of twintigersdillema’s, maar heel normale afwegingen voor iemand die Spaans als extra taal leert. Want het verschil tussen de twee soorten ‘zijn’ is soms best lastig. To ser or to estar? Tháts the question.

Ser is zijn, onveranderdelijk.
Ik ben, yo soy Sherita, een meisje, aardig, een brunette, etc. Het heeft te maken met je identiteit, beroep (ook student!) en nationaliteit. Ser wordt ook gebruikt voor tijd en data; het is vandaag donderdag en het is één uur, om te vertellen waar iets van is gemaakt, het vest is van wol, de vloer is van hout, en om eigendom aan te geven; dat is mijn koffie!

Estar is een staat, plaatsgebonden, iets tijdelijks.
Ik ben, yo estoy, in Madrid, boos, moe, hier. Estar wordt ook gebruikt voor uiterlijke kenmerken, verliefdheden -I know, niet echt romantisch om dat als iets tijdelijks te bestempelen-, burgelijke staat en de dood.

To ser or to estar, no longer a question…

ser of estar

Advertenties

8 thoughts on “To ser or not to estar?

Laat een comment achter, vind ik leuk!

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s